Je angst om alleen te zijn overwinnen – stapje voor stapje

Hoe langer ik alleen ben, hoe meer ik besef wat het precies is waardoor ik me altijd zo aan mijn geliefden heb vastgeklampt. Want nu het verlies een feit is, voel ik me namelijk regelmatig bevangen door een sluimerende angst. Nu ik er niet meer voor kan weglopen, door in de armen van mijn geliefden te rennen, word ik gedwongen hem aan te gaan. Overdag verlamt deze angst me en word ik passief en ’s nachts kan ik er niet van slapen en lig ik te woelen in mijn bed.

Zonder aanleiding lijkt die angst er gewoon te zijn. Nou ja, niet geheel zonder aanleiding, zonder concréte aanleiding. Want in mijn hoofd dansen de gedachten die mij zo bang maken. “Wat nou als ik een ernstige ziekte of een handicap krijg, kan ik dat dan aan zonder de hulp en steun van een geliefde? Wat als ik me hartstikke eenzaam en verveeld zal gaan voelen in mijn uppie? Wat als ik alleen op reis ga en me daar iets naars overkomt? Wat als mijn nieuwe baan me teveel stress geeft of het me niet lukt om het heel goed te doen? Wat nou als belangrijke zaken mislopen of ik lastige dingen moet regelen die ik niet overzie? Wat als iemand waar ik veel van hou ziek wordt of komt te overlijden? Wat als ik door anderen aangevallen word, met woorden of daden, en ik daar doodsbang van word? Wat als..”. De lijst met mogelijke doemscenario’s is eindeloos.

Het is duidelijk dat ik me constant onveilig voel en bang ben voor de heftigheid van mijn emoties als het leven tegenzit. Bang dat ik ze in mijn eentje niet aan zal kunnen, dat ik niet weet wat ik moet doen. Bang dat mijn leven in de soep loopt zonder sterke en wijze man die me emotioneel en praktisch overeind houdt.

Het liefst steek ik mijn kop in het zand voor al die onveiligheid door lekker tegen hém aan te kruipen en volledig op te gaan in onze chemie. Knuffelen en vrijen zorgt voor de aanmaak van het hormoon oxytocine, dat gevoelens van veiligheid, geborgenheid en verbinding opwekken. Ook urenlang over hem fantaseren hielp om hem toch een beetje bij me te hebben als hij dat niet was. Zo kon ik die enge en lastige wereld voor even vergeten.

Maar hij is er niet meer en al dat fantaseren werkt nu averechts. Ik moet die enge en lastige wereld dus in mijn eentje te lijf gaan.

Tot nu toe red ik me prima en blijk ik ook mijn emoties aan te kunnen als het leven even niet zo gaat zoals ik wil. Mijn leven is nog niet in de soep gelopen en ik zie dat ook niet zo snel gebeuren. Telkens weer bewijs ik mezelf hoe sterk en wijs ik zélf eigenlijk ben. Die sterke en wijze vent heb ik echt niet nodig.

Het alleen blijven is voor mij dus een vorm van exposure. Een methode uit de psychotherapie om angst kwijt te raken.

Liep ik eerst voor mijn angst weg – door na mijn kindertijd, die ik bij mijn sterke en wijze ouders doorbracht, constant in relaties (of niet-relaties) te vluchten – .., nu kan ik niet anders dan die angst in zijn ogen kijken en naar hem luisteren, zodat ik hem daarna kan ontmantelen. Ik, niet iemand anders. Hoe langer ik dat doe, hoe meer bevestiging ik krijg dat er eigenlijk weinig is om bang voor te zijn en dat ik het wél alleen kan. En echt alleen ben ik natuurlijk niet eens. Ik heb gelukkig mijn ouders op afstand en behoorlijk wat lieve vrienden om me heen. Maar ook zonder hen zou ik me heus wel redden.

Toen ik nog als psycholoog in een centrum voor angststoornissen werkte, ging ik ook vaak met mijn cliënten op pad om samen hun angsten aan te gaan. Binnen no-time verdwenen de meest verlammende angsten als sneeuw voor de zon. Geweldig bevredigend vond ik dat. Eerst praatten we een hele tijd over de angst: wat hield die precies in, waar waren ze bang voor, waar kwam de angst vandaan? We ontleedden de angst als het ware en zetten er meer helpende overtuigingen tegenover (cognitieve therapie). Hiervan maakten we een relativerende spiekbrief. Met die spiekbrief gingen we de angst aan, oplopend van zaken die een zeer milde spanning opwekten (bv kijken naar een spin) tot aan zaken die extreme spanning opwekten (bv spinnen over je heen laten lopen).

Ik paste die technieken uit de cognitieve gedragstherapie ook op mijn eigen angsten toe. Zo heb ik onder andere mijn vliegangst, angst voor spreken in het openbaar, angst om alleen te zijn in het donker en recent mijn angst voor de zee overwonnen, door deze stapje voor stapje aan te gaan. Door, na mezelf wat pep-talk te geven (met de spiekbrief), keer op keer gewoon in dat vliegtuig te gaan zitten, voor die zaal mensen te gaan staan, urenlang alleen in het donker te verblijven en (met een surfplank, snorkel en duikuitrusting) de zee in te duiken.

Angst verdwijnt vrijwel nooit puur op basis van pep-talk. Je moet hem aangaan.

Veel mensen blijven daar een beetje in hangen. Ze denken dat ze zich een weg uit de angst kunnen denken.

Zo ook bij verlatings- en bindingsangst. Bij de angst om alleen te zijn oftewel verlatingsangst (of zijn tegenpool: angst – of misschien beter genoemd weerstand – om samen te zijn, oftewel bindingsangst) is het natuurlijk wat lastiger om die angst aan te gaan. Een liefdesrelatie wordt meestal ervaren als iets groots, en terecht. Daar stop je niet zomaar mee en daar begin je niet zomaar aan. En toch is het goed om jezelf een kans te geven die angst te overwinnen, met behulp van een spiekbrief en kleine gedragsmatige stapjes. Doe je dat niet, dan heb je kans dat je er je leven lang last van blijft houden, en de mensen waarmee je in aanraking komt ook.

Stapje voor stapje je angst aangaan dus. Dat is de truc.

Bij verlatingsangst.. Als je een relatie hebt kan dat door steeds wat meer vrijheid in je relatie te brengen, zoals minderen met indirect contact (dus: minder bellen, appen, mailen), daarna wat meer avonden afzonderlijk van elkaar door te brengen, vervolgens elkaar een paar dagen niet te zien, dan een week, daarna een paar weken. Misschien weer apart te gaan wonen. Of – als de relatie je niet gelukkig maakt – zelfs een pauze in te lassen of ermee te stoppen. Als je geen relatie hebt, kun je eerst minderen met daten en uiteindelijk helemaal met daten stoppen. Je gaat hiermee door, net zolang totdat je je verlatingsangst kwijt bent.

Bij bindingsangst.. Als je geen relatie hebt, dan kun je starten met daten met één (voor jou) zeer aantrekkelijke persoon tegelijk. Maar ook als je wel een relatie hebt kap je al het contact met potentiële andere geliefden (of obsessies met pornosterren of exen) af, voor zover je daarmee bezig bent. Je gaat deze persoon echt een goede kans geven, door elkaar zo goed mogelijk te leren kennen en de focus niet op het seksuele te leggen. Tijdens jullie contact geef je de ander je volle aandacht; je legt je telefoon weg, stelt vragen en luistert aandachtig. Zelf geef je de ander ook een inkijkje in je hoofd en hart, je laat jezelf steeds wat meer zien. Je kunt de frequentie van het contact geleidelijk aan opvoeren, zowel indirect als direct. Na een paar weken kun je jullie relatiestatus bezegelen, op jouw initiatief, uiteraard mits er sprake van liefde is. Misschien kun je uiteindelijk zelfs aangeven dat je wilt gaan samenwonen, trouwen en/of kinderen krijgen en daar ook gevolg aan geven als je geliefde dit ook graag wilt. Hoe dan ook, je blijft je best doen met investeren in de relatie, totdat je je bindingsangst kwijt bent.

Dit doe ik zelf dus ook. Ik ben de afgelopen jaren steeds een stapje verder gegaan in het aangaan van mijn verlatingsangst, zoals in dit blog valt te lezen. Nu zit ik op de laatste stap: ik ben alleen en ik date niet. Dit ben ik van plan vol te houden tot ik geen last meer van bovengenoemde angsten heb. In de tussentijd ben ik in behandeling bij een lichaamswerker / traumatherapeute, die me helpt met mijn enorme angst voor angst te dealen.

Mijn verlatingsangst is er nog, zij het steeds wat minder. Ik heb nog wat levenshordes te nemen voor ik echt het vertrouwen heb dat ik alles alleen aan kan. Het is natuurlijk niet te hopen dat me op korte termijn een bak ellende te wachten staat, maar gezien het onvermijdelijke van teleurstellingen en moeilijkheden in het leven, komen die negatieve emoties vanzelf wel op mijn pad. En ik kan het vast allemaal aan, in mijn eentje. Ik zal het mezelf bewijzen!

 

PS. De inhoud van mijn angstige gedachten hoeft niet overeen te komen met die van iemand anders met verlatingsangst. Er kunnen talloze redenen zijn waarom jij in een relatie wil zitten (of juist niet natuurlijk). Het gaat erom dat je angst voelt rondom relaties. Je kunt de volgende zin afmaken om je eigen angstig-makende gedachten op te sporen: “als ik niet in een relatie zit (of “als mijn geliefde bij me weggaat”), dan …….”, of in het geval van bindingsangst: “als ik bij mijn geliefde blijf (of “als ik in een relatie zit), dan ……”. Zijn die doemscenario’s echt waar? Kan het tegendeel net zo waar zijn, of nog meer waar? Kun je daar bewijzen voor verzinnen? Et voilà, je hebt een spiekbriefje.