Welke relatievorm past bij jou, als iemand met een onveilige hechting?

Als ik vertel dat ik een grote behoefte heb aan intimiteit (aan knuffelen, zoenen, lachen, praten en vrijen met mijn geliefde) en dat ik dat het liefst elke dag wil, dan adviseren mensen me altijd om iemand te zoeken die daar aan tegenmoet kan komen. Iemand met net zo’n grote intimiteitshonger als ik.

Dat dacht ik ook altijd, maar dat is de oplossing niet, heb ik ervaren. Was het maar zo gemakkelijk.

Zodra ik iemand (bijna) elke dag zie en mijn intimiteitsbehoefte volledig wordt vervuld, neemt mijn verlangen naar die specifieke partner in een razendsnel tempo af en voel ik op een gegeven moment zelfs aversie als ik bij hem ben. Mijn hele lichaam blokkeert dan als het ware. Een allesoverheersend gevoel van benauwdheid.

Ik kan ervoor kiezen daar mee te leren dealen en toch in zo’n symbiotische relatie blijven. Maar ik kan ook ervoor kiezen om wat meer mee te bewegen met mijn wisselende behoeften. Een relatievorm zien te vinden, waarin ik mijn verlangen naar intimiteit kan vervullen, zonder dat dit verlangen verdwijnt. In de briljante TED-talk van relatietherapeute Esther Perel “The secret to desire in a long-term relationship” bespreekt zij dit dilemma binnen relaties: hoe kun je je verbonden voelen met elkaar en toch de passie behouden?

Het is iets waar ik bijna dagelijks mijn hoofd over breek, vooral nu ik erover schrijf. Want hoe ga ik dat in godsnaam praktisch aanpakken?

De voor de hand liggende opties:

  • Ik zou vrijgezel kunnen blijven en mijn behoeften vervullen bij diverse mensen of bij één iemand waar ik een niet-relatie mee heb. Dit spreekt me niet aan, omdat ik me hecht aan mensen waar ik intiem mee ben. De angst diegene al snel weer te verliezen levert teveel pijn op. Ik vind het zinloos. Daarnaast hou ik van diepgang en wil ik zijn liefde voor mij voelen, dus de oppervlakkigheid van losse contacten, elkaar niet écht leren kennen en er niet écht voor elkaar zijn, vind ik niet aantrekkelijk. Om die reden is polygamie ook niet mijn ding; ik heb geen behoefte aan losse seksuele contacten (zie dit mooie artikel over het verschil tussen polygamie en polyamorie).
  • Ik zou kunnen latten, iemand niet te vaak kunnen zien. Dat heeft als voordeel dat het contact niet snel vanzelfsprekend wordt en er toch diepgang plaats kan vinden, maar als nadeel dat ik de rest van de tijd moet dealen met mijn onvervulde verlangen naar verbinding. Het ligt er aan hoe vaak we elkaar zien. Helemaal tevreden en gelukkig ben ik niet als ik iemand maar één keer per week zie, maar goed, daar valt over te praten.
  • Ik zou kunnen samenwonen met iemand die veel van huis is of allebei op een eigen etage wonen. Ik ben zelf best wel huiselijk, ik ben heel graag thuis om te lezen, schrijven of gewoon een beetje aan te rommelen. Als ik samen zou wonen met iemand die veel zaken buitenshuis doet of die niet continu in mijn space zit, zou dat wellicht kunnen werken. Ik heb er geen ervaring mee, omdat ik meestal op mannen val die zelf ook niet een al te actieve levensstijl hebben en ik geen geld heb voor een appartement of huis met twee verdiepingen.
  • Ik zou twee of meer relaties kunnen hebben, polyamorie dus (lees anders even dit leuke stuk van iemand die het geprobeerd heeft: “What polyamory thaught me about love“). Dit spreekt mij erg aan, want ik weet dat ik van meerdere mannen tegelijkertijd enorm veel kan houden. Zolang zo’n geliefde niet non-stop op mijn lip zit of me teveel pijn doet, blijft die liefde levend. Ik vind het ook geen probleem om veel energie in mijn relaties te steken om ze goed te houden. Daarnaast vind ik het fijn om van de ene dit en van de andere dat te leren en verschillende dingen met hen mee te maken. Ieder mens is uniek in zijn eigenschappen en interesses. Deze variatie maakt deze relatievorm heel aantrekkelijk voor mij. Een nadeel hiervan is de maatschappelijke veroordeling van die ‘gekkies’ die aan polyamorie doen en tja, vindt maar eens meerdere mannen die dit ook willen. Ik voel me al niet gauw aangetrokken tot iemand.. Kortom: een speld (of eerder spelden) in een hooiberg.

Lastig, lastig.

Voorlopig ben ik nog niemand tegengekomen waar ik één van deze relatievormen mee uit wil of kan proberen, maar ik hou vertrouwen dat diegene ooit op mijn pad zal verschijnen. Ik vind het leven leuker samen dan alleen, maar wil daar geen offers meer voor brengen.