Waarom een symbiotische relatie niet werkt

Na ruim tien jaar ploeteren in relaties die me veel emotionele ellende hadden opgeleverd, zat ik eindelijk in een fijne veilige relatie. Met iemand die ‘veilig gehecht’ was. Wat een verademing! Hij was niet bang om een commitment aan te gaan en hij was ook niet uitzonderlijk bang om mij te verliezen. Ik ervoer weinig spanning en sensatie, zoals ik dat gewend was, maar dat deerde niet. Ik genoot met volle teugen van deze grootse liefde. Eindelijk kon ik mijn behoefte aan een diepe verbinding volledig bevredigen.

Het was een lieverd. Hij kwam aan al mijn wensen tegenmoet, ook als hij die zelf niet deelde.

  • Ik wilde hem elke dag zien, hij vond een paar keer per week wel voldoende; we zagen elkaar vrijwel elke dag.
  • Ik wilde niet dat hij afsprak met vriendinnen, hij vond dat dat gewoon moest kunnen; hij sprak niet meer met ze af.
  • Ik wilde met hem mee als hij iets leuks ging doen met vrienden, hij wilde ook wel eens alleen met hen afspreken; hij nam me vrijwel elke keer mee.

Ik kreeg in alles mijn zin, maar toch was ik niet gelukkig.

Hoe kon dat nou?

Ik had al die tijd geloofd dat een veilige relatie mij gelukkig zou maken. Dat ik dan eindelijk zou kunnen ontspannen en me op andere dingen zou kunnen richten, zoals mijn werk en vriendschappen. Dat ik dan verlost zou zijn van die vermoeiende emotionele achtbaan, van dat eeuwige verlangen en de wanhoop als dat verlangen telkens weer niet vervuld werd.

Maar nee, dat bleek niet zo te zijn. Ik voelde me onrustig en ontevreden. Ik begon zijn minpunten heel duidelijk te zien en die zorgden ervoor dat ik me steeds minder tot hem aangetrokken voelde. Ik twijfelde constant aan onze relatie.

Heh, wat gebeurde hier? Bleek ik zélf nu ineens bindingsangst te ervaren?

De relatie liep na enkele jaren stuk. Ik wilde niet meer. Dat kostte me overigens veel moeite, want ik was als de dood om mijn veilige leven op te geven in ruil voor .. ja, wat eigenlijk?

Ik begreep mezelf niet.

Pas veel later begreep ik wat hier was gebeurd. We waren in een symbiose terecht gekomen. We waren té close. Hij offerde zichzelf volledig op voor mij. We hadden allebei geen goede communicatievaardigheden en zaten onbewust verstrikt in ‘ongezonde’ relatiepatronen. Ik nam, hij gaf. We dachten allebei dat dat zo hoorde in een relatie.

Nu ben ik hier alert op. Als ik in een relatie stap, dan doe ik dat op een bewuste wijze. Ik laat me niet zomaar meeslepen door heftige chemie, maar doe rustig aan en probeer oog te houden voor matchende waarden en een compatibele levensstijl. Ik geef voldoende ruimte, maar hou ook de verbinding in het oog. Ik let er op dat mijn communicatie helder is. Dat ik opkom voor mijn behoeften, zonder eisend te zijn. Tegelijkertijd stimuleer ik hem om te staan voor zíjn behoeften, zonder daar rigide in te zijn. Samen komen we overal uit.