Pas als je stopt met verslavingsgedrag kun je aan je ‘demonen’ werken

Verslavingsgedrag, in de breedste zin van het woord, voeren we niet voor niets uit. We houden onszelf de hele dag met van alles en nog wat bezig (zinvolle dingen, niet zo zinvolle dingen of zelfs schadelijke dingen.. soms op een dwangmatige manier zoals bij een verslaving het geval is), omdat we gillend gek zouden worden van onze gedachten en gevoelens als we dat niet zouden doen.

Dat dit waar is, ervaar je heel sterk als een groot deel van je normale dagelijkse bezigheden wegvallen. Bijvoorbeeld als je werkeloos wordt of met pensioen gaat, ziek thuis zit of in het ziekenhuis ligt, je relatie voorbij is of je voor lange tijd van je partner gescheiden bent, of als je verhuist naar een plek waar je nog niemand kent. Dan heb je ineens zeeën van tijd om na te denken en floep, daar komen ze, je ‘innerlijke demonen’.

Ik ervoer dit vorig jaar in mijn 14-daagse stilteretraite (Vipassana), waarin de mate van afleiding van mijn eigen gedachten teruggebracht werd tot het absolute minimum. Ik ‘mocht’ uiteindelijk zelfs drie dagen en nachten lang niet meer naar bed of mijn kale kamertje van 2×3 verlaten, de gordijnen moesten dicht blijven, ik mocht niet douchen, kreeg alleen ontbijt en lunch en moest dag en nacht mediteren. Uiteraard val je tijdens die meditaties regelmatig in slaap, zodat je toch nog wat slaap krijgt, maar het is behoorlijk extreem. Je kunt je vast voorstellen dat ik geteisterd werd door de meest uiteenlopende zorgelijke gedachten en angsten. Alles wat normaal gesproken ergens diep weggestopt zat en waarmee ik niet hoefde te dealen door alle afleiding die ik had (werk, hobby’s, vriendschappen, maar bij mij vooral ‘liefde’), kwam nu tevoorschijn, leek het wel. De gedachten voelden op dat moment volledig terecht en waar, als in een nachtmerrie. Je geest kan je vrij letterlijk gek maken, als je de inhoud van dit soort gedachten veel te serieus neemt. Mijn lichaam sloeg er finaal van op hol, met de ene na de andere paniekaanval tot zelfs hallucinaties aan toe, mede vanwege het slaapgebrek. “Good, good!“, riep de monnik met een brede glimlach uit als ik midden in de nacht weer huilend en wanhopig bij hem zat, “just continue your meditation practice“. En dan droop ik weer af naar mijn kamertje en hervatte mijn meditatie. Dat ik hieraan mee bleef doen, was omdat ik ervan overtuigd was dat dit inderdaad good was. Ik wilde mijn demonen tegenkomen; er niet voor wegrennen, zoals ik meestal deed. Ik wilde ze recht aankijken en daardoor – hopelijk – overwinnen.

Volledig verdwijnen deden ze helaas niet, maar ik had nu wel een methode geleerd om ze in het moment te overwinnen, als ze zich voordoen. Ze te zien voor wat deze demonen zijn: aangeleerde VOLAUTOMATISCHE gevoelens en gedachten. Ergens opgepikt tijdens de ervaringen van mijn leven. Misschien via tv, films, verhalen van anderen, dingen die ik gezien heb of eigen ervaringen. Sommigen gaan zelfs zover om te zeggen dat het overerfde gevoelens en gedachten kunnen zijn, van je ouders, je voorouders of zelfs van vorige levens (ook wel samskara’s genoemd).

Waar ze precies vandaan komen doet er eigenlijk niet toe. Het zijn illusies, waar je niet in hoeft te geloven. Zodra je hun inhoud leert kennen, waarbij meditatie je gereedschap is, kun je jezelf levenservaringen geven die ermee in tegenspraak zijn. In de retraite was ik bijvoorbeeld bang dat ik psychotisch zou worden en blijven, als ik door zou gaan met het Spartaanse regime van de retraite. Ik hoefde volgens de monnik niet in deze illusies te geloven, dus ging ik door en zag ik dat ik inderdaad niet psychotisch werd. Ik had dan wel hallucinaties, maar besefte verdomde goed dat dit hallucinaties waren. Een kenmerk van een psychose is dat je dit niet beseft.

De afgelopen periode zat ik weer in een dergelijke situatie.

Omdat ik mezelf de afgelopen acht maanden niet meer afleidde met het najagen van onbereikbare liefdes, en ook nog eens weinig gewerkt heb door de gevoelens van ‘op zijn’ die ik ervoer en de wens om in alle rust uit te zoeken wat ik wilde met mijn leven, had ik enorm veel tijd om na te denken en hoppa, daar waren mijn demonen weer. Nu waren deze demonen gericht op het starten van mijn eigen praktijk, waardoor ik heftige faalangst-aanvallen ervoer in de nacht en heel vroege ochtend. Ik werd wakker met hartkloppingen, zenuwen in mijn maag en lichamelijke onrust. De demonen riepen: “dit gaat je nooit lukken, je kunt het niet, wie hou je nu voor de gek?!”. Dit soort gedachten zijn eigenlijk nergens op gebaseerd, maar ik heb ze al heel mijn leven, bij alle nieuwe dingen die ik onderneem. In een oud rapport van de basisschool staat geschreven: “Wat me opvalt is dat je onzeker bent om te laten zien wat je kunt, maar dat is echt nergens voor nodig. Wat je doet, doe je goed!”. Ik zou aan mijn angsten toe kunnen geven door alles af te blazen, maar ik ga mijn demonen (en dus mezelf) opnieuw laten zien dat het onzin is wat ze beweren. Vol vertrouwen, omdat ik weet dat het illusies zijn, ook al voelen ze heel waar aan. Zo geef ik mezelf ervaringen die mijn negatieve overtuigingen kunnen veranderen in realistischere overtuigingen, die geen angst meer bij me opwekken. Het doorstaan van deze illusies is geen pretje, maar de volhouder wint!