Gebrek aan zelfstandigheid

Liefdes- of seksverslaving is eigenlijk emotionele onzelfstandigheid, oftewel afhankelijkheid van een geliefde of sekspartner: hij/zij krijgt de taak jou goed en veilig te laten voelen en er voor je te zijn als je het nodig hebt. Deze afhankelijkheid komt nooit zomaar uit de lucht vallen.

Mijn liefdesverslaving heeft – voor zover ik dat zelf kan bedenken – twee vermoedelijke oorzaken:

  1. Mijn ouders hebben me heel beschermd opgevoed. Ze deden alles voor me. Er waren geen regels, ik heb nog nooit in mijn leven straf gehad, ik hoefde niet op muziekles of sport (maar het mocht wel) en ik had geen ‘taakjes’, zoals afwassen, koken, meehelpen bij visite of zelfs maar mijn eigen kamer opruimen. Moest ik ergens zijn, dan bracht mijn moeder me. Wilde ik naar huis, zelfs om 3 uur in de nacht? Ik hoefde maar te bellen en ze kwam me ophalen. Ze waren altijd thuis (eerst mijn moeder, later mijn vader die toen huisman werd). Dan zat ik gezellig bij hen in de woonkamer. Mijn moeder maakte lekkere hapjes en mijn vader kookte elke dag. Ik leefde een lui-lekker-leven. Mijn zus en ik werden niet voor niks door onze familie ‘de prinsesjes’ genoemd. Mijn ouders gaven mij een gevoel van veiligheid. Een sense of belonging. Ik hoefde niet bang te zijn, zij zouden er voor me zijn, zij zouden voor me zorgen. Ik kon zorgeloos door het leven fladderen. Hoewel dit heel verwend klinkt, voelde ik het ook als verstikkend. Ik kreeg weinig tot geen ruimte om zelfstandig op onderzoek uit te gaan in het leven en fouten te maken: “Heb je hier aan gedacht? Hoe laat ben je thuis? Zou je wel weggaan? Niet doen, dat is gevaarlijk! Geef maar hier, ik doe het wel.”
  2. Hoewel in al mijn praktische wensen werd voorzien, ontbrak er iets cruciaals: lichamelijke en emotionele warmte. Mijn vader en moeder uiten hun liefde vooral in dienstbaar zijn, niet zo zeer in woorden of aanraking. Communiceren over gevoelens, verlangens of angsten deden we niet. Er werd wel vrij veel gepraat, maar vooral over ditjes en datjes. Het bleef aan de oppervlakte. “Hoe was het op school? Wat had je voor punt? Hoe is het met die-en-die?”. Er werd gepraat over afspraken bij de dokter, over bekenden en familieleden, over wie ze tegen waren gekomen die dag of wat er was voorgevallen, over plannen voor het huis of aanstaande vakanties.. Dat soort dingen. Niet: “Hoe is het voor je om ..? Hoe voel je je over ..? Wat zou je graag willen? Wat vind je lastig aan ..?” We deden niet aan knuffels of kussen, in elk geval niet toen ik voorbij mijn schattige baby-peuter-kleuter-fase was. Mijn ouders raakten elkaar ook met geen vinger aan waar ik bij was, buiten een plichtmatige kus bij het weggaan. Ze waren gewoon niet zo aanrakerig, vooral mijn moeder niet. Maar ik wel. Ik was emotioneel uitgehongerd, ik wilde LIEFDE VOELEN en over mijn GEVOELENS praten. Mijn fijnste herinneringen zijn voorgelezen worden op schoot bij mijn vader en ’s avonds bij het tv-kijken bij hem op de bank mogen liggen, lekker tegen hem aan. Dan voelde ik me geborgen en geliefd. Ik wilde me wentelen in een warm bad van knuffels en kussen en diepgaande gesprekken voeren over verlangens, angsten, teleurstellingen en ideeën. De lichamelijke liefde vond ik bij mijn vriendjes, die ik non-stop had. Maar ook de emotionele warmte en de zorgzaamheid (die ik gewend was) vond ik bij mijn schoonouders. Ik was kind aan huis bij mijn eerste vriendje en zijn moeder werd een van mijn beste vriendinnen en ook bij de moeder van mijn latere vriendje voelde ik me begrepen en thuis (met haar heb ik nog altijd een warm contact).

Pas toen ik vriendjes kreeg die weigerden een zorgende rol op zich te nemen (en ook niet meer thuis woonden) en continu hun vrijheid bewaakten, moest ik het allemaal alleen doen. Toen besefte ik dat er iets mis was. Ik raakte er van in paniek. Hoe durfden ze mij zo alleen te laten?? Hoe kon ik me nu gelukkig en veilig voelen als zij mij niet elke dag wilden zien? Als ik het leven helemaal alleen moest doen?

Ik zag het voor het eerst: wauw, dit is niet alleen maar liefde, ik ben enorm onzelfstandig en afhankelijk!

Ik moest aan de bak. Ik moest razendsnel op eigen benen leren staan. In praktische zin: zelf een woning regelen, zelf ervoor zorgen dat dit een fijn thuis werd, zelf zorgen dat er eten in huis was, zelf alles netjes houden, zelf regeldingen regelen, zelf koken, zelf zorgen dat ik overal kwam waar ik moest zijn. Maar wat ik het lastigst vond, was dat ik ook zelf in mijn emotionele behoeften moest leren voorzien. Behoeften als emotionele veiligheid, plezier, geborgenheid, intimiteit en verbinding.

Ik moest ontdekken wie ik was, waar ik voor stond, zonder de constante input en gezelschap van geliefden om me heen. Wat ik belangrijk vond in het leven, wat ik leuk vond om te doen en hoe ik dat kon organiseren. Zélf initiatief nemen, niet passief afwachten en meegaan in dat wat me aangeboden werd. Ik moest leren hoe ik een tribe om me heen kon verzamelen van lieve vrienden. Wederzijdse afhankelijkheid, dat was wat ik moest leren: hoe ik er voor hen kon zijn en toelaten dat zij er voor mij waren. Ik moest investeren in mijn vriendschappen, ze hechter maken.

Zoiets gaat niet vanzelf, door af en toe leuke dingen te doen of bij te kletsen. Nee, voor hechte vriendschappen moet er meer gebeuren. Je moet contact onderhouden, interesse tonen, voorstellen doen, de ander helpen, maar ook zelf leren vragen om steun of praktische hulp. Aan mijn ouders, en later mijn vriendjes, durfde ik alles te vragen, maar aan mijn vrienden niet. Ik wilde hen niet tot last zijn en voelde me niet veilig genoeg om hen op te zoeken als ik verdriet had of als ik behoefte had aan knuffels. Dat zou alleen maar ongemakkelijk voelen, want zo hecht waren we niet. Daar had ik zelf een groot aandeel in, want ik liet vrienden nooit echt dichtbij komen. Nu liet ik dat steeds meer toe.

Kortom: ik moest mezelf en mijn plaats in de wereld volledig uitvinden. Niet opnieuw uitvinden, want ik was nooit iemand geweest. Ik had een reactief leven geleid en me laten beïnvloeden en leiden door de mensen om me heen.

Toen ik, als experiment en onderdeel van mijn therapie voor relatieverslaving, een half jaar geen vriendje had en ook niet op zoek ging naar iemand, ervoer ik voor het eerst hoe het was om volledig zelfstandig te zijn, ook emotioneel gezien. Die relatief korte periode was lastig voor me, maar heeft me veel zelfvertrouwen gegeven. Ik kan het daarom iedereen met een vorm van liefdesverslaving (relatie- of seksverslaving) aanraden. Je zult dan ervaren (WETEN) dat je het leven prima zonder een geliefde of sekspartners aan kunt. Het dwingt je andere manieren te vinden om je goed te voelen, ook al vind je het veel leuker en interessanter als er ook een geliefde in je leven is. Het is nu alleen een heerlijke aanvulling op je leven, geen opvulling meer.