De oorzaak van liefdesverslaving – gebrek aan (emotionele) volwassenheid

Liefdes- of relatieverslaving is eigenlijk (emotionele) onvolwassenheid, oftewel afhankelijkheid van een geliefde: hij/zij krijgt de taak jou goed te laten voelen. Deze afhankelijkheid komt nooit zomaar uit de lucht vallen. Het is het resultaat van de ervaringen die je opgedaan hebt in de vormende jaren van je leven: je kindertijd. Deze bepalen jouw hechtingsstijl.

Het is een misvatting dat hechtingsproblematiek voortkomt uit een nare jeugd vol mishandeling en misbruik. Dat hoeft absoluut niet. De meeste mensen met hechtingsproblemen denken op een warme manier terug aan hun kindertijd.

Zo ook ik. Maar hoewel ik een hele zorgeloze jeugd heb gehad, ik heel veel van mijn ouders hou en ik hen heel dankbaar ben voor alles wat ze voor me hebben gedaan en nog steeds doen, kunnen ouders het nooit helemaal perfect doen. Ook mijn vader en moeder niet. En hun vader en moeder ook niet. En die daarvoor, en daarvoor. We nemen allemaal onze eigen conditionering mee als we ouders worden en die heeft een grote impact op onze kinderen. Super goede intenties of niet, het is hartstikke lastig om altijd perfect afgestemd te zijn op de persoonlijke behoeften en grenzen van die kleintjes.

Mijn ambivalente hechting, en de liefdesverslaving die daaruit voortgekomen is, komt – voor zover ik dat uit alle psychologische boeken over hechting en al mijn therapeutische gesprekken begrijp – door mijn te beschermende/controlerende opvoeding dan ik fijn vond in combinatie met veel minder emotionele en lichamelijke aandacht dan waar ik behoefte aan had.

  1. Ik ben heel vrij opgevoed. Ik mocht alles en mijn ouders deden alles voor me. Mijn veiligheid, gemak en plezier waren prioriteit. Er waren geen regels en ik heb nog nooit in mijn leven straf gehad. Ik ‘moest’ niks, alleen mijn best doen op school en rustig en beleefd zijn. Ik hoefde niet op muziekles of sport (maar het mocht wel) en ik had geen ‘taakjes’, zoals afwassen, koken, meehelpen bij visite of zelfs maar mijn eigen kamer opruimen. Mijn moeder had zelf een strenge opvoeding gehad en verloor haar moeder op 10-jarige leeftijd. Ze wilde het graag anders doen voor haar kinderen. Ze wilde vooral een vriendschappelijke band met mijn zus en mij. Mijn vader was veel strenger, maar dat omzeilde ik grotendeels door alles eerst aan mijn moeder te vragen. Hij hield niet van gedoe, dus dan liet hij het, na een korte uitbarsting of hevig gemopper, toch maar gaan. Mijn moeder was heel ruimdenkend. Vriendjes mochten al vroeg blijven slapen en ik ‘mocht’ al vroeg, op mijn 14e, aan de pil. Mijn ouders waren altijd thuis (eerst mijn moeder, later mijn vader die toen huisman werd). Dan zat ik gezellig bij hen in de woonkamer, de lekkere hapjes opetend, die mijn moeder maakte. Ik leefde een beschermd lui-lekker-leven. Mijn zus en ik werden niet voor niks door onze familie ‘de prinsesjes’ genoemd. Ik kon zorgeloos door het leven fladderen.
  2. Maar er werd wel erg op me gelet. Vooral mijn moeder was sterk gericht op onze veiligheid en leek altijd bezorgd. Moest ik ergens zijn, dan bracht ze me. Wilde ik naar huis, zelfs om 3 uur in de nacht? Ik hoefde maar te bellen en ze kwam me ophalen. Ook toen ik allang zelfstandig naar huis wilde komen. Nee, nee, veel te gevaarlijk! Ik hoorde ook vaak: “Zou je dat wel doen?”, als ik zelfstandig iets wilde ondernemen of iets dat ze als risicovol zag. Er werd altijd op de gevaren van iets gewezen.
  3. Hoewel in al mijn praktische wensen werd voorzien, ontbrak er iets cruciaals: lichamelijke en emotionele aandacht. Mijn vader en moeder uiten hun liefde vooral in samenzijn en dienstbaar zijn, niet zo zeer in woorden of aanraking. Dat waren zij van huis uit ook niet gewend. Ik was een heel gevoelig kind, dat snel bang was en veel aandacht en geruststelling nodig had. Ik heb altijd veel behoefte aan lichamelijk contact en aan praten gehad. Op die manier voel ik me geliefd en gezien (zie het zeer verhelderende boek over het afstemmen van liefdestalen: ‘de 5 talen van de liefde‘). We deden thuis niet aan knuffels of kussen, in elk geval niet voorbij mijn schattige baby-peuter-kleuter-fase. Mijn ouders raakten elkaar ook met geen vinger aan waar ik bij was, buiten een plichtmatige kus bij het weggaan. Ze waren gewoon niet zo aanrakerig. Maar ik dus wel, vooral als ik bang of verdrietig was (en dat was ik vaak). Een paar van mijn fijnste jeugdherinneringen zijn voorgelezen worden op schoot bij mijn vader, tussen hen in slapen als ik nachtmerries had (.. vrijwel elke nacht, zelfs tot in mijn tienerjaren) en ’s avonds bij het tv-kijken bij mijn vader op de bank mogen liggen. Dan kroop ik lekker tegen hem aan en voelde ik zijn kalme ademhaling. Ik kon uren zo blijven liggen. Communiceren over gevoelens deden we ook niet. Er werd wel vrij veel gepraat, maar vooral over ditjes en datjes. Het bleef aan de oppervlakte. “Hoe was het op school? Wat had je voor punt? Hoe is het met die-en-die?”. Er werd gepraat over afspraken bij de dokter, over bekenden en familieleden, over wie ze tegen waren gekomen die dag of wat er was voorgevallen, over plannen voor het huis of aanstaande vakanties.. Dat soort dingen. Niet: “Hoe is het voor je om ..? Hoe voel je je over ..? Wat zou je graag willen? Wat vind je lastig aan ..?” Ik had geen idee hoe ik over mijn gevoelens kon praten, maar wilde het dolgraag. Ik schreef ze daarom maar op in mijn dagboeken.

Ik was dus heel onzelfstandig, angstig, gewend in vrijwel alles mijn zin te krijgen en gefrustreerd door de constante ‘bescherming/controle’ én ik had een grote en onstilbare honger naar lichamelijke en emotionele aandacht, die niet voldoende vervuld werd.

De lichamelijke aandacht vond ik bij mijn vriendjes (en hun ouders, die wel van het aanraken en knuffelen waren). De emotionele aandacht vond ik meer bij de ouders van die vriendjes. We voerden ellenlange gesprekken samen, heerlijk vond ik dat. Ik was kind aan huis bij mijn eerste vriendje, die bij zijn vader woonde, en zijn moeder werd een van mijn beste vriendinnen en ook bij de ouders van mijn latere vriendjes voelde ik me gezien en thuis. En ook de verzorging die ik thuis kreeg ging daar gewoon verder.

Eindelijk werd volledig aan mijn behoeften voldaan.

Maar die afhankelijkheid van anderen breekt je ooit een keer op. Dat gebeurde toen ik wegging bij mijn meest serieuze en zorgzame vriendje en ik 200 kilometer van mijn ouders vandaan woonde. Na hem kreeg ik vriendjes die weigerden een zorgende rol op zich te nemen (en ook niet meer thuis woonden), continu als een havik hun vrijheid bewaakten en me niet altijd even goed behandelden. Ik werd teruggeworpen op mezelf.

Ik begreep hen niet. Hoe durfden ze mij zo aan mijn lot over te laten? Waar waren mijn heerlijke knuffels, waar ik me zo gretig aan te buiten ging? Hoe kon ik me nu gelukkig en veilig voelen als zij mij niet vrijwel elke dag wilden zien? Niet constant met me wilden praten over onze relatie en onze gevoelens? Als ik het leven helemaal alleen moest doen? Hielden ze dan niet van me?

Ik kon het leven alleen helemaal niet aan.

Toen besefte ik pas dat er iets goed mis was. Ik raakte volledig in paniek, fladderde in razend tempo van de ene naar de andere en weer terug. Constant bedelend om hun aandacht. Het voelde alsof mijn leven totaal geen zin had zonder vriendje, die er voor me was. Het voelde als totale leegte, die nooit meer over zou gaan. Ik was er continu mee bezig en was de wanhoop nabij. Mijn hele leven lag stil of in kreukels: vriendschappen, werk, hobby’s, m’n zelfzorg. Ik kon nergens meer echte interesse voor opbrengen en lag het liefst hele dagen op de bank met de gordijnen dicht. Op dit punt ben ik in behandeling gegaan voor relatie- en liefdesverslaving. Ik zag het toen voor het eerst: wauw, dit is niet alleen maar liefde, ik ben enorm onzelfstandig en emotioneel afhankelijk!

Ik moest dus aan de bak. Razendsnel op eigen benen leren staan. In praktische zin: zelf de kost verdienen, zelf een woning regelen, zelf ervoor zorgen dat dit een fijn thuis werd, zelf zorgen dat er eten in huis was en alles netjes houden, zelf alles regelen, zelf koken, zelf zorgen dat ik overal kwam waar ik moest zijn. Maar wat ik het lastigst vond, was dat ik ook zelf in mijn emotionele behoeften moest leren voorzien. Ik moest mezelf leren vermaken, mijn vriendschappen leren verdiepen en me goed en veilig voelen met alleen mezelf als gezelschap.

Ik ging ontzettend veel aan persoonlijke ontwikkeling doen. Ik wilde ontdekken wie ik was en waar ik voor stond, zonder de constante input, zorg en gezelschap van geliefden om me heen. Wat ik belangrijk vond in het leven, wat ik leuk vond om te doen en hoe ik dat kon organiseren. Zélf initiatief nemen, niet passief afwachten en meegaan in dat wat me aangeboden werd. Ik moest alleen leren zijn, me ook in mijn eentje leren vermaken. Wat ik ook moest leren was niet steeds over de grenzen van mijn geliefden heen te gaan met mijn grote roep om aandacht en lichamelijkheid. Het leven draait niet alleen om mijn behoeften, maar om die van ons allebei.

Kortom: ik moest mezelf en mijn plaats in de wereld volledig uitvinden. Niet opnieuw uitvinden, want ik was nooit iemand geweest. Ik had een reactief leven geleid en me laten beïnvloeden en leiden door de mensen om me heen.

Toen ik, als experiment en onderdeel van mijn therapie, een half jaar geen vriendje had en ook niet op zoek ging naar iemand, ervoer ik voor het eerst hoe het was om volledig zelfstandig te zijn, ook emotioneel gezien. Die relatief korte periode was heel lastig voor me, maar heeft me veel zelfvertrouwen gegeven. Momenteel zit ik daar weer in, en nu is het niet lastig meer. Fijn zelfs. Voor mij voorlopig even geen relatiegedoe meer. De volgende keer dat ik ergens instap moet het iets heel moois toevoegen aan mijn leven, het hoeft me geen (schijn)veiligheid en intense emotionele opvulling meer te brengen.

Ik heb het leven in mijn eentje onder de knie gekregen.

Natuurlijk ben ik een tijd lang heel boos op mijn ouders geweest, als een verlate puberfase. Zíj hadden mij dit aangedaan! Eerst was ik boos zonder dat ze dit wisten, omdat ik hen niet wilde kwetsen en hen geen schuldgevoel wilde bezorgen (al spraken mijn lage irritatiegrens als ik bij hen was en mijn plotselinge felheid richting hen vast boekdelen). Ik snapte het allemaal ook wel, ze hadden het toch niet expres gedaan? In therapie en via familie-opstellingen heb ik meer inzicht gekregen. Later heb ik mijn boosheid en pijn toch naar ze uitgesproken en er met ze over gepraat. Op een kalme, volwassen manier, niet op een beschuldigende wijze. Ook heb ik hen dit artikel laten lezen. Dat gaf over en weer heel veel begrip. Onze band is daardoor beter dan ooit.

Ik kan het daarom iedereen met kenmerken van een relatie- of liefdesverslaving (maar ook seksverslaving) aanraden. Ga in behandeling, onderzoek samen jouw hechtingsstijl, bespreek dit indien mogelijk met je ouders en neem een tijdje ‘vrij’ van geliefden! Je zult dan ervaren – en dus op diep niveau WETEN – dat je het leven prima zonder een geliefde of sekspartner aan kunt. Het dwingt je andere manieren te vinden om je goed te voelen, ook al vind je het leuker en interessanter als er ook een geliefde in je leven is. Het is nu alleen een heerlijke aanvulling op je leven, geen opvulling meer.